Bagagedragerbrood

Ze reed achteloos voorbij. Een vrouw van in de vijftig. Zestig zou ook kunnen – de vrouwtjes blijven goed geconserveerd deze dagen. Ze reed op een degelijke fiets. De fiets had fietstassen. Die fietstassen zaten schijnbaar vol, want op de bagagedrager lag een brood.

Het brood lag er majestueus een brood te zijn, zoals alleen broden dat kunnen op bagagedragers van vrouwen in de vijftig die ook maar zo zestig kunnen zijn. Zonder dat er snelbinders aan te pas kwamen. Living on the edge.

Het brood ging op een bocht af, maar ik had geen zicht op die bocht. Dat gaf een onbevredigend gevoel, want een bocht en een brood dat los op een bagagedrager lag; dat leek me middelpuntvliedendekrachttechnisch gezien een spannende gebeurtenis. Ik versnelde m’n pas en ging op de weg lopen om het brood door de bocht te zien gaan.

Tevergeefs. Geen spoor meer van het brood. Ik kwam op dat moment wel bijna onder de bus. Die blijven gewoon rijden; hoeveel broden er ook op bagagedragers liggen.