’De laatste? Ik wil en kan het niet geloven’

Hieronder een sfeerverslag over de laatste wintertriatlon in Assen, dat verscheen in het Dagblad van het Noorden. Het gaat ook over liedjes en hoeden.  

’De laatste? Ik wil en kan het niet geloven’

’t Is wel een beetje raar. 32 jaar. Trillend op m’n benen. Als ze is verdwenen. Doe Maar zong het over een meisje, maar de regels zijn ook toepasbaar op de Wintertriatlon Assen. Na 32 jaar komt er vanwege de sluiting van ijsbaan De Bonte Wever een einde aan de wintertriatlon. Nog één keer die oer-Hollandse combinatie van lopen, fietsen en schaatsen rond Stadsbroek, voor ze is verdwenen.

Nog meer muziek. An end has a start. Het is de enigszins filosofische titel van een album van de succesvolle Engelse poprockband Editors. En ook deze regel sluit naadloos aan op de allerlaatste wintertriatlon die (voorlopig?) wordt georganiseerd in Assen. Om klokslag 10.00 uur geeft de Asser burgermeester Marco Out zaterdag het laatste startschot als hij de wintertriatleten wegschiet die vandaag de langste afstand (tien kilometer lopen, vijftig kilometer fietsen, twintig kilometer schaatsen) moeten volbrengen. The end had a start.

De triatleten die de helft van die afstand op hun bordje krijgen, zijn dan al een tijdje onderweg. Onder hen Robert Beute. Assenaar en één van de drie Misters Wintertriatlon. Hij ligt voor op de ‘sprintafstand’. Ruim voor zelfs. Maar de vraag is hoeveel voorsprong hij heeft als het schaatsen begint, niet het sterkste onderdeel van Beute (vooral omdat er marathonschaatsers op ‘m jagen). Er klinkt een fluitje in De Bonte Wever. Normaal het teken dat er een atleet aankomt. Is-ie er al?

Nee. Rieks Poelman komt de ijsbaan binnengefietst. Ook een Mister Wintertriatlon, maar dan op organisatorisch vlak. Hij en zijn hoed horen bij het meubilair. Alle 32 edities was hij erbij. Luid toegejuicht door de vrijwilligers rond de baan fietst hij als een Razende Roeland langs het ijs.

Weer een fluitje. Deze keer is het wel raak. Beute komt de hal binnen, bindt de schaatsen onder en stapt op het ijs. Hij schaatst een rondje. Niemand. Nog een rondje. Niemand. Twee minuten voorsprong wilde hij van tevoren hebben voor het schaatsen begon. Het worden er vier. Pas dan dient de eerste concurrent zich aan. In het vervolg van de wedstrijd verliest hij wel wat op de marathonschaatsers, maar het verlies blijft binnen de perken.

Hij heeft genoeg voorsprong om z’n plan uit te voeren. In de laatste ronde pakt hij een spandoek aan vanuit het publiek. ‘Organisatie en vrijwilligers bedankt!’ staat erop. Met het spandoek boven z’n hoofd passeert hij in zijn 26ste deelname als eerste de finish. Een prachtig moment. ,,Zo over de finish gaan in de laatste is natuurlijk een droom’’, zegt Beute als hij de eerste felicitaties in ontvangst heeft genomen. ,,Ik wist op den duur wel dat ik ging winnen, maar ging er toch nog even voor om m’n voorsprong te behouden, zodat ik de tijd had om dat spandoek te pakken. Ik wilde heel graag de organisatie en alle vrijwilligers bedanken. Alles was hier altijd perfect voor elkaar.’’

Twee van die vrijwilligers staan bij de wisselzone. Eddy Nanninga en Anne Diertens. De één (Eddy) bijna constant met een sjekkie in de mond; de ander (Anne) met een grote muts op het hoofd. Ze wijzen, ze houden tegen, en als er iemand die er niet langs mag wat begint te mopperen, dan zeggen ze: ‘wij hebben het niet bedacht; dan moet je bij de man met de hoed zijn’. En alsof de duvel ermee speelt, komt-ie er net weer aangefietst. Rieks Poelman is overal. Iedereen begint te lachen. Want als er één woord op de Wintertriatlon Assen van toepassing is, dan is het gemoedelijk.

Gemoedelijk. Dat is niet direct het eerste woord waar je bij Martin Veenhuizen aan denkt. Hij wil altijd winnen. Presteren. Gezelligheid komt daarna. Hij is met zijn 25 deelnames de derde Mister Wintertriatlon – zonder andere mensen tekort te willen doen. Op de langste afstand van vandaag (of ‘de echte afstand’, zoals hij het noemt) zit dat er niet in voor de 46-jarige Tynaarloër. Het veld is sterk. Vijfde wordt hij, maar na afloop is-ie dik tevreden. ,,Het was een superdag. Ik heb nog nooit zo dichtbij de winnende tijd gezeten. Op zo’n niveau sporten, dat is toch prachtig?’’

Het niveau ligt inderdaad hoog. Al valt één iemand op het ijs een beetje uit de toon. Hij rijdt tussen alle diepe hoeken en mooie slagen rond als een Quasimodo die voor het eerst op schaatsen staat. En dat klopt ook wel zo ongeveer. Jan Nicolaas van Rijn uit Leiden staat welgeteld voor de vierde keer op het ijs. Hij is hier omdat een vriend (Teun Sweere, Nederlands kampioen en vandaag de nummer twee) meedoet. Het lopen en fietsen ging prima, maar daarna volgt de martelgang. ,,Haha, dit was inderdaad verschrikkelijk. Poeh. Zwaar. En ook eentonig op den duur’’, lacht de Leidenaar na afloop.

Na hem wordt het ijs steeds leger. Zelfs de speaker houdt het voor gezien. Een vredige stilte daalt neer over De Bonte Wever. Nog tien schaatsers op het ijs. Nog drie. Nog twee. Nog één. En dan komt de Amsterdammer Hilbert Weemstra om 14.03 uur en 19 seconden als allerlaatste over de finish. Het zit erop. Maar niet als het aan Martin Veenhuizen ligt. ,,De laatste? Ik wil en kan het niet geloven.’’ Wordt vervolgd. Ooit. Misschien.

 

 

 

Pieten krijgen uiterlijk van Jan de Hoop – Eindelijk compromis gevonden in zwartepietendiscussie

De kogel is door de kerk: alle Pieten krijgen het uiterlijk van nieuwslezer Jan de Hoop. Dit is de uitkomst is van de langslepende Zwartepietendiscussie. De Pieten zullen zaterdag in Meppel bij de landelijke intocht van Sinterklaas al de uiterlijke kenmerken van Jan de Hoop hebben.

Ad Meijerink, voorzitter van het Landelijk Coördinatiepunt Overlegorganen Zwartepietendiscussie (LCOZ), licht het compromis toe. “We zochten iets waarover in Nederland totaal geen discussie bestaat en kwamen toen uit bij Jan de Hoop. Iedereen, van jong tot oud en van blank tot zwart, vindt Jan de Hoop een aardige man. We zijn blij dat we de Jan de Hoop-pieten nog voor de landelijke intocht kunnen presenteren.”

De nieuwe Piet heeft een terugwijkende haargrens en draagt een brilletje met een onopvallend montuur. Hij gaat gekleed in een keurig overhemd met daaroverheen een lamswollen trui.

Het nieuwe uiterlijk van Zwarte Piet. 

jandehooppiet

Man trekt na drie jaar wollen trui weer aan – ‘Het begon te kriebelen’

De 46-jarige Arnhemmer Dick van der Stoep trekt na drie jaar zijn wollen trui weer uit de kast. Hij trekt ‘m aan als hij vanavond naar de bioscoop gaat om de nieuwe James Bond-film Spectre te zien. Van der Stoep: “Ik zag ‘m hangen en het begon meteen weer te kriebelen. Geen idee meer waarom ik die trui drie jaar lang niet gedragen heb. Hij ziet er nog steeds erg mooi uit en zit denk ik ook lekker.”

Sjoerd en Frank roepen allebei hieperdepiep tijdens ‘Lang zal ze leven’

Sjoerd en Frank zorgden vanochtend voor een ongemakkelijke situatie op hun werk. Bij het zingen van ‘Lang zal ze leven’ voor de jarige Anja (45) riepen beiden hieperdepiep op het hieperdepiepmoment. Het gevolg was een doodse stilte, die Anja nog probeerde recht te zetten door zelf dan maar hoera te roepen. Maar de spanning bleef de hele dag te snijden op het kantoor.

Anja legt de schuld voor het hieperdepiepfiasco bij Frank. “Hij werkt hier nog niet zo lang, maar hij weet dondersgoed dat Sjoerd onze hieperdepieproeper is. Dat is zo gegroeid. Hij doet het al jaren en dat ging altijd prima. Nu leek het ook allemaal goed te gaan, tot Frank opeens halverwege de hieperdepiep van Sjoerd een eigen hieperdepiep inzette. Iedereen was met stomheid geslagen.”

Voor Anja hoeft het nu allemaal niet meer. “Mijn dag is verpest. Wat een heel leuke dag had moeten worden, is uitgelopen op een nachtmerrie. Iedereen at het door mij meegebrachte gebak op met een gezicht als een oorwurm. Daar doe je het niet voor. En over de visite vanavond met vrienden en familie maak ik me nu ook grote zorgen. Normaal verzorgt oom Gerrit daar altijd de hieperdepiep, maar nu ben ik bang dat mijn neef Bas er daar ook opeens doorheen gaat staan schreeuwen.”

Frank en Sjoerd wilden beiden niet reageren op het hieperdepiepincident.

Nog steeds geen pyromaan actief in Lelystad – Bevolking wordt ongerust

Er is nog steeds geen pyromaan actief in Lelystad. Dat maakte burgemeester Margreet Horselenberg bekend. Volgens de burgemeester is er de afgelopen jaren binnen de gemeentegrenzen geen enkel gebouw in brand gestoken door iemand met de onweerstaanbare drang om brand te stichten. Ze spreekt van een zorgelijke ontwikkeling.

Ook de bevolking van Lelystad wordt ongerust. “Is er dan niemand die deze tyfusstad tot de grond toe af wil branden?”, stelt de bezorgde inwoner Marco Luppes. De 41-jarige Lelystedeling maakt zich ernstige zorgen. “Dit kan toch niet langer zo?! Er worden hier al jaren geen gebouwen op stelselmatige wijze in de fik gestoken en de autoriteiten doen helemaal niks!”

Burgemeester Horselenberg is het met Luppes eens. “Wij snappen de gevoelens bij onze inwoners en daarom zijn we bezig een masterclass Pyromanie te organiseren. De brandweer is daar op dit moment 24/7 mee in touw. Ik kan iedere ongeruste Lelystedeling verzekeren: binnenkort is er een pyromaan actief in deze stad!”

Boksen in de blote kont

Verslag in het Dagblad van het Noorden van het debuut als profbokser van Ben Tingen, die als rechtgeaarde Drent natuurlijk met het nummer ‘In de blote kont’ van Mooi Wark opkwam. 

Kort maar krachtig profdebuut

31 Jaar moest Drenthe wachten op een nieuwe profbokser. Maar zaterdagavond is het zover. In z’n eigen Smilde, tijdens een door hemzelf georganiseerd gala, betreedt Ben Tingen onder de klanken van ‘In de blote kont’ van Mooi Wark de ring. Het wordt een gedenkwaardig, maar kort debuut.

SMILDE ‘Tuuduuu-duuu-duuu-duuu-tuuu-duuu-duuu-duuu-hééééy!’ De geoefende tent- en schuurfeestenbezoeker herkent zaterdagavond rond een uurtje of elf direct de eerste tonen van het magnum opus van de Drentse feestrockers van Mooi Wark: ‘In de blote kont’. De 800 in een broeierige Sporthal De Smelte zijn meteen door het dolle heen bij het horen van de eerste noten. Het is de opkomstmuziek van hun held: Ben Tingen. En hun held maakt op 31-jarige leeftijd zijn debuut als profbokser. Op z’n eigen gala. Dat moet natuurlijk op z’n Drents gevierd worden.

Het was alweer even geleden dat er Drentse profboksers actief waren. Sterker nog, precies in het jaar dat Ben Tingen ter wereld kwam, werd er voor het laatst professioneel gebokst in Drenthe – o, symboliek. De organisatie staat er op fraaie wijze bij stil door vlak voor de partij van Tingen Roy Zomer en Mattie te Velde, de twee laatste Drentse profboksers, in de ring uit te nodigen. De twee maken er een show van door tot enthousiasme van het publiek even kort met elkaar te sparren en wat anekdotes van lang, lang geleden op te diepen met de ringspeaker.

Ook Tingen zelf heeft even moeten wachten op z’n profdebuut. Geen 31 jaar, maar wel bijna een jaar. En dat is voor een bokser, voor iedere sporter, lang. Heel lang. Wedstrijden, daar draait het om voor sporters. Maar Tingen bokste vorig jaar op z’n eigen gala z’n laatste wedstrijd als amateur en wacht sindsdien bij gebrek aan een geschikte tegenstander en een geschikt evenement op z’n profdebuut – en bovendien: wat is er nou geschikter dan je eigen gala in je eigen dorp?

Trainen deed hij wel. Als een beest. En dat is te zien in de dampende hal – qua temperatuur heeft het binnen meer weg van de ‘Thrilla in Manilla’ dan van ‘Het boksbal in de Smeltehal’. Tingen begint voortvarend aan wat een bokswedstrijd van vier rondes van drie minuten zou kunnen worden. Zou kunnen worden, want we, of eigenlijk de Turks-Duitse tegenstander van Tingen, halen die vier rondes niet. Lang niet.

Al na een kleine minuut boksen is het duidelijk: Ben Tingen is vandaag veel te sterk voor z’n tegenstander. De arme Kemal Guhlsen kan niets anders doen dan, haast in foetushouding, in z’n dekking kruipen en hopen dat het meevalt. Het valt niet mee. Boem-boem-boem. Bij de eerste échte serie van Tingen gaat de Duitser tegen de grond. Hij krabbelt weer overeind en geeft na de tien tellen van de scheidsrechter aan dat hij verder kan, maar ziet in de hoek een gretige Tingen wachten tot hij verder kan gaan met het betere sloopwerk.

Een tweede serie van Tingen in de eerste ronde er te veel aan voor Guhlsen. Na een korte, explosieve stoot op de lever gaat de Duitser opnieuw tegen het canvas. In kleermakerszit neemt hij z’n tweede tien tellen in ontvangst. Even lijkt hij op te willen staan, maar de scheidsrechter besluit het gevecht te beëindigen. Ben Tingen wint bij z’n profdebuut. En hoe!

,,Haha, ik wilde eigenlijk wennen aan de langere wedstrijden bij het profboksen, maar dat kwam er niet echt van…’’, lacht Tingen na afloop bij z’n kleedkamer, als hij alle felicitaties in ontvangst heeft genomen. ,,Ik ben er ook het type niet voor om zo’n partij te rekken. Eigenlijk voelde ik me vanaf het begin af aan al fysiek sterker, maar je weet het niet; er zijn tegenstanders die je laten aanvallen en dan ineens met een counter komen. Het was spannend, want ik had dus al lang geen wedstrijd gebokst. Maar dat ik zo’n profdebuut mag beleven, op m’n eigen gala, maakt het wel extra speciaal.’’

De tweede profpartij van Tingen laat minder lang op zich wachten. Over twee weken staat hij weer in de ring tijdens een boksgala in Voerendaal. En volgend jaar laat hij ongetwijfeld weer van zich horen op z’n eigen gala in Smilde.

Op z’n ass gewhoopt…

Voor het Dagblad van het Noorden schreef ik een reportage over de lustrumdag van de American Football-club Groningen Giants. Een introductie in American Football waarbij je op je ass gewhoopt wordt…

De bal is al vijftien jaar niet rond

Een merkwaardige binnenkomer, tijdens de viering van het derde lustrum van de Groninger Giants afgelopen zomer: bij aankomst op sportpark Corpus den Hoorn zie ik een footballspeler staan met z’n helm op het hoofd. Er steekt een fietspompje uit de helm en een verzorger staat driftig te pompen.

Het is maar één van de vele geheimen, rariteiten zo je wilt, die de sport voor de gemiddelde Nederlander heeft. Houd iemand in de Herestraat aan en vraag hem wat hij of zij van American football weet en diegene zal vermoedelijk niet verder komen dan het noemen van de naam van Katy Perry, die de halftime show verzorgde tijdens de afgelopen Superbowl. Zonde, want het is een sport met een heel eigen identiteit, én Noord-Nederland kent sinds kort een team dat voor het eerst sinds de oprichting in de eredivisie actief zal zijn.

En die club, Groningen Giants, bestaat dit jaar ook nog eens vijftien jaar. Alle reden dus voor een spetterende American footballdag in en rondom de kantine van GRC Groningen, waar de Giants ook tijdens het reguliere seizoen gebruik van maken. Als iedereen lucht in de helm heeft – het pompen gebeurt omdat er in sommige helmen luchtkussentjes zitten om ze steviger te maken – neemt een mix van oud- en huidige spelers het tegen elkaar op in de Lustrum Bowl.

Een vriendschappelijke wedstrijd, maar dat bestaat eigenlijk niet in American Football: om de zoveel tijd liggen er spelers als vissen op het droge lucht te happen na een keiharde tackle. Het hoort erbij. Een high-five met de ‘dader’ en het is weer goed. Langs de kant wordt er vandaag veel gelachen. De meest enthousiaste van allemaal is oud-speler en huidig head coach Pytrik Notermans. Als zijn defensive line het veld weer in moet klinkt het luidkeels: ,,Okay defense, helmets on!’’ Het jargon van de footballers is sowieso om je vingers bij af te likken. Je vangt langs de kant zinnen op met frases als ‘Hij werd op z’n ass gewhoopt in een double team.’

Niet iedereen lijkt het vanmiddag overigens zo naar z’n zin te hebben als Notermans. Of-ie op z’n ass is gewhoopt in een double team wordt niet duidelijk, maar Ilias Guftometros klaagt in de dug-out over oververhitting. Het weerhoudt hem er niet van later op het veld voor één van de hoogtepunten van de wedstrijd te zorgen: hij plukt een lange pass prachtig uit de lucht in de endzone voor een touchdown.

,,Hij is ook nog onze Griekse penningmeester, maar toch staan we er financieel heel goed voor’’, grapt vice-voorzitter John Kamminga (27) na afloop van de Lustrum Bowl in de kantine. Even daarvoor liep Kamminga nog als een Razende Roeland langs de line-up van alle spelers die aan de wedstrijd meededen. Dat doen de Giants na iedere wedstrijd. Ze tikken met hun handen eerst ritmisch en steeds sneller op de leg pads die ze ter bescherming dragen en roepen daarna luidkeels: ,,Who are we? Giants! What do we say to the audience? Thank you!’’ Vervolgens rent Kamminga, luid toegejuicht, langs z’n teamgenoten.

Dat is nog een aardig eindje rennen voor Kamminga, want een team mag maximaal uit 47 spelers bestaan. ,,En wij hebben er nu veertig in het team. We groeien de laatste jaren behoorlijk. Ieder jaar is er een rookieprogramma voor nieuwe aanwas. Daar worden ze in vijf weken klaargestoomd voor het team. Dat is ook één van de redenen waarom we dit jaar kampioen zijn geworden: je hebt echt wel zoveel spelers nodig. Mensen denken dat football niet zo inspannend is, omdat het spel veel stil ligt, maar in de tijd dat er wel gespeeld wordt, gaat het er keihard aan toe.’’

Of de Giants volgend seizoen hoge hogen gaan gooien in de eredivisie weet Kamminga niet. ,,Handhaving is het doel. We werden ongeslagen kampioen en maakten meer dan driehonderd punten, maar de eredivisie, dat is een ander verhaal. Ploegen als Amsterdam Crusaders hebben een echte jeugdopleiding. Je kunt het goed zien als iemand al vanaf z’n achtste met football bezig is. Wij zijn nu ook bezig met zo’n jeugdopleiding. Sowieso staat het bij ons organisatorisch als een huis. We hebben de blik op vol op de toekomst gericht en willen de sport bij een groter publiek bekendmaken.’’

Vlak nadat Kamminga over de plannen voor een jeugdopleiding heeft verteld, komt Patrick Pauli even buurten. Hij vertelt trots dat hij met 47 jaar de oudste speler is bij de Giants. 47 Jaar en voor het eerst in de eredivisie. Komt dat zien volgend seizoen op Corpus den Hoorn!

Inspirerend! Deze man overleefde de Algemene Beschouwingen – Lees het aangrijpende verhaal van Klaas van Weerden

Dit is het inspirerende verhaal van Klaas van Weerden (51). Hij werd woensdagochtend geconfronteerd met een grote tegenslag in z’n leven: de Algemene Beschouwingen. Het kwam aan als een mokerslag, maar hij besloot het gevecht aan te gaan. Twee dagen lang zag hij af, op z’n eigen bank, in z’n eigen huis, voor z’n eigen tv. Hij jankte, hij vloekte, hij tierde. Maar hij zette door en bleef geloven. Het waren de zwaarste dagen van z’n leven. Hij overleefde het!

deze man overleefde de algemene beschouwingen

‘Heitinga gehaald voor tribune’ – Overmars verdedigt aantrekken routinier

Alhoewel John Heitinga tot nu toe niet veel aan spelen toekomt, verdedigt Marc Overmars de komst van de routinier. Volgens de directeur spelersbeleid is Heitinga gehaald voor de tribune. ‘’En dat pakt Johhny uitstekend op. Hij is daar heel belangrijk voor ons.”

Overmars vindt dat Heitinga echt iets toevoegt aan het publiek in de Amsterdam Arena. “Ze zijn soms heel kritisch hier als het slecht gaat en als het goed gaat juist heel euforisch. John blijft dan altijd lekker nuchter. Dat hebben we nodig op de tribune. Die jongens van Vak 410 zijn ook allemaal jonge honden. Heel grillig in het aanmoedigen. John zorgt voor stabiliteit op de tribune. Daarnaast zijn er tegen laagvliegers in de eredivisie soms veel lege plekken in de Arena. Daar vult Johnny er dan eentje van op.”

Ook Heitinga zelf kan prima leven met z’n rol. “De bank, de tribune. Ik zit waar de trainer me nodig heeft.”

Bokspauze

Er zijn soms van die momenten dat je je in een Jiskefet-sketch waant. Ik beleefde zo’n moment afgelopen zaterdag, in de pauze van een boksgala in Smilde (waar ik verslag van deed voor het Dagblad van het Noorden).

De ringspeaker kondigde rond een uur of 22.00 enthousiast een pauze aan. Hij stelde ons dans, en misschien wel zang, in het vooruitzicht. En een bodybuilder.

Terwijl zes danseressen, in de leeftijdscategorie 9 tot 14, de ring betraden, ging iedereen bier halen of sigaretten roken. Nadat ze op ieder nummer van de huidige Top 40 hadden getwerkt, verlieten ze zonder applaus van het weinig overgebleven publiek het strijdtoneel.

Het was de beurt aan de bodybuilder. Hier begint de echte Jiskefet-ervaring. Want de act van de bodybuilder bestond uit het laten zien van zijn spieren, maar vooral uit het laten zien van een grijns die je kent van de betere B-horrorfim (dat is misschien wel een pleonasme). Onder de klanken van opzwepende gitaarmuziek liet hij een keer of vijftien op precies dezelfde manier z’n biceps plus grijns zien. Gezien een dolenthousiaste high-five met z’n begeleider was hij zelf heel tevreden over het optreden.

De opzwepende gitaarmuziek tijdens het optreden van de bodybuilder bleek afkomstig van een band die in de hoek van de zaal stond. Ze speelden rock in het genre ‘dertien in een dozijn’ en de zanger leek op Frank Snoeks in een te strak overhemd – eigenlijk was het overhemd helemaal niet te strak, maar beschikte de zanger over een buik die enige naam mocht hebben.

Na de bodybuilder begeleid te hebben, speelden ze nog vier nummers. Op vier bespijkerjackte mannen na die op een meter van de band stonden, vond iedereen het irritante teringherrie. Frank Snoeks trok gekke rockmuziekbekken en probeerde z’n buik te laten ontsnappen uit het te strakke overhemd – tenminste daar deden mij z’n bewegingen aan denken.

Toen het boksen even later weer begon, kwam er een bokser in de ring die de tekst ‘Autobedrijf Jessy’ op z’n rug had getatoeëerd.  Dat was ook wel gek.

Hier een waardeloze foto van Frank Snoeks in een te strak overhemd. 

boksgala