De Marco Borsato’s van het amateurvoetbal

Aan het einde van het vorige voetbalseizoen schreef ik voor het Dagblad van het Noorden waarom clubgrensrechters de Marco Borsato’s van het amateurvoetbal zijn.

Wat te doen met de clubgrensrechter?

Voetbal staat niet bepaald bekend om innovatie. De FIFA-bobo’s willen maar niet aan een videoreferee in het betaald voetbal en ook in het amateurvoetbal blijven we vasthouden aan een op z’n zachtst gezegd merkwaardig fenomeen: de clubgrensrechter. Afschaffen? 

Ze staan er in weer en wind. Clubmensen op en top. Grotere clubmensen bestaan er vermoedelijk zelfs niet. Maar dat is nu juist waar de schoen ‘m een beetje wringt. In de standaardklassen van het amateurvoetbal wordt – Topklasse, Hoofdklasse en sommige duels in de eerste klasse uitgezonderd – gebruik gemaakt van clubgrensrechters. Leden van de club die vrijwillig iedere week de vlag ter hand nemen.

Prachtig dat ze er zijn, dat valt niet genoeg te prijzen. Maar uit sportief oogpunt slaat de clubgrensrechter natuurlijk als een tang op een varken. Een voorbeeld, dat ver van het voetbal afstaat, maar volgens mij de vinger wel op de zere plek legt.

Het is vrijdagavond. U zit voor de buis. The Voice of Holland. Marco Borsato zit met z’n rug naar een meisje toe. Het is z’n dochter. Hij kan het horen aan haar stem. Die herkent hij uit duizenden. Het klinkt vals. Zo vals als de neten. Maar ja, het is z’n dochter. In een vlaag van verstandsverbijstering en vaderliefde drukt hij op de rode knop. Hij heeft er al spijt van als z’n stoel nog niet eens halverwege gedraaid is. U zult waarschijnlijk fronsend voor de buis zitten. Wat is dit voor onzin?!  Heel (twitterend) Nederland zal over Borsato heen vallen. Hij mag niet meer terugkomen als jurylid.

In het amateurvoetbal gebeurt ieder weekeinde bij honderden wedstrijden iets vergelijkbaars, met als verschil dat we het hebben geaccepteerd. De rode knop is een vlag, Borsato een clubgrensrechter en vaderliefde clubliefde – of sociale druk. In een split second moet de clubgrensrechter beslissen of hij een aanval van de tegenstander afvlagt wegens buitenspel. Beslissen over (periode)kampioenschappen en degradatie van zijn cluppie. En dan gaat de vlag als vanzelf wat eerder omhoog als het misschien toch niet helemaal buitenspel is.

Iedereen in het amateurvoetbal weet hoe de vork in de steel zit. Zelf voetbalde ik jarenlang voor studentenvoetbalvereniging The Knickerbockers. Bij het eerste van The Knickerbockers was er geen clubgrensrechter voorhanden en nam iedere week een andere wisselspeler (na zorgvuldig strootje trekken) de vlag ter hand. Ik hoor de verschillende trainers gedurende die jaren nog verzuchten: ,,Die jongens zijn veel te eerlijk.’’ Te eerlijk. Het zegt genoeg. ‘Punten pakken’ hoort bij amateurvoetbal als de geur van tijgerbalsem, als een gehaktballetje in de kantine. De twaalfde man heeft in het amateurvoetbal een andere betekenis dan in het betaald voetbal.

De laatste jaren sta ik voor deze krant iedere zaterdag of zondag langs de lijn. Met veel plezier – lang leve het amateurvoetbal! Het idee voor dit verhaal ontstond dan ook langs de lijn. Op 10 oktober tijdens de stadsderby Velocitas 1897-GRC Groningen. De grensrechter van Velocitas 1897 vlagt wat warrig – laten we het daar maar op houden – en een man naast me begint hoofdschuddend een betoog over clubgrensrechters. Dat gebeurde later in het seizoen nog veel vaker. Bijvoorbeeld bij VKW-Emmen. Een supporter van de thuisploeg klaagt (met een knipoog) over de te eerlijke grensrechter van VKW. Bovendien noemt hij direct twee clubs die volgens hem over een ‘puntenpakker’ beschikken – ik zal ze hier niet noemen.

Ook zie ik gedurende het seizoen talrijke ‘buitenspelincidenten’. Die met de grootste gevolgen op de een-na-laatste speeldag tijdens GVAV Rapiditas-Bergum, degradatiekraker in de eerste klasse. In de laatste minuut scoort GVAV de 2-1. Een paar tellen heeft het zich rechtstreeks gehandhaafd. Maar de Friese vlag van de Bergumse clubgrensrechter gaat omhoog. Doelpunt afgekeurd en Bergum scoort een minuut later zelf de winnende. Inmiddels is GVAV via de nacompetitie gedegradeerd. Of het buitenspel was? Geen idee. Het was randje. De Friese grensrechter stond er het beste voor. Maar ja…

Het probleem is duidelijk. Maar wat kunnen we eraan doen? Kunnen we er iets aan doen? Misschien brengt  een bezoekje aan Marcel Bellinga, oud-topscheidsrechter in het amateurvoetbal en secretaris van de scheidsrechtersvereniging in Groningen (COVS Groningen), uitkomst. Bellinga herkent en erkent de problemen. Tegenwoordig coacht hij zo nu en dan jonge  scheidsrechters. ,,Ik geef ze mee dat ze de eerste tien, vijftien minuten moeten inschatten wat voor vlees ze in de kuip hebben. Zelf heb ik één keer in mijn leven een clubgrensrechter weggestuurd. Die maakte er echt, opzettelijk, een potje van. Maar vlaggen is ook gewoon heel moeilijk. Het is een vak. Eigenlijk kun je het niet overlaten aan ‘gewone voetballiefhebbers’ met een clubhart, die ook nog eens onder druk worden gezet door spelers, trainer en supporters van hun eigen club. Maar het is qua capaciteit niet realistisch om overal KNVB-assistenten in te zetten. Hopelijk kan het straks bij iedere wedstrijd in de eerste klasse. De sleutel ligt bij de clubs. Eerlijk vlaggen is een kwestie van fair play en respect. En bovendien, als iedereen oneerlijk vlagt, pak je als club per saldo nog steeds geen extra punten. Afschaffen van grensrechters in het amateurvoetbal zie ik niet zitten. Dan komt alles op het bordje van de scheidsrechter. Buitenspel afschaffen? Ja, dat kan, maar dan wordt het een heel ander spelletje.’’

Tsja, daar zit wat in. Er zijn allerlei praktische bezwaren. Alleen maar KNVB-grensrechters is een utopie. Er zouden dan ieder weekend plusminus 2700 grensrechters moeten opdraven. Die zijn er simpelweg niet. En ook aan het aanpassen van de regels kleven nadelen. Maar toch vind ik dat de KNVB het aan moet durven. Experimenteer. Een seizoen een pilot zonder grensrechters in de derde of vierde klasse. Bekerwedstrijden zonder buitenspel. Ik zou er graag verslag van doen, omdat ik bovenal vind dat het principe van een clubgrensrechter eigenlijk niet samengaat met competitief sporten.

Kolonel Mustard dient herzieningsverzoek in bij Hoge Raad – Grove fouten gemaakt tijdens Cluedo-avondje familie Fongers

Al jaren zit hij vast in de koepelgevangenis in Breda. Ten onrechte volgens hemzelf. Kolonel Mustard werd zeven jaar geleden op zomaar een vrijdagavond door de toen elfjarige Max Fongers aangewezen als de moordenaar van dokter Black en door de rechter veroordeeld tot 20 jaar cel met TBS. Het zette het leven van Mustard op z’n kop. Van een gevierd militair veranderde hij in een man die wanhopig vecht voor z’n vrijheid.

De kolonel zou zeven jaar geleden dokter Black in de studeerkamer om het leven hebben gebracht met een loden pijp, maar Mustard ontkent ten stelligste. “Ik ben een militair. Waarom zou ik in vredesnaam een loden pijp gebruiken?! Ik had toentertijd de beschikking over een heel arsenaal aan professioneel wapentuig, dan ben je toch gek als je het met een loden pijp doet? Ik ken die hele dokter Black ook niet eens. Het slaat echt nergens op!”

Advocaat Geert-Jan Knoops verdiepte zich de afgelopen tijd in de zaak Mustard. Hij liep tegen een groot aantal onregelmatigheden aan en dient nu namens Mustard een herzieningsverzoek in bij de Hoge Raad. “Het is een schande dat dhr. Mustard veroordeeld is op basis van het oordeelvan een elfjarige. Daarbij stond Max in het gezin Fongers bekend als een notoire valsspeler tijdens spelletjes. Bovendien heeft z’n zus Denise verklaard dat pa Fongers die avond de kaartjes wel erg kort schudde voorafgaand aan het spel. Ze deden maar wat bij de familie Fongers, en het OM en de rechters zijn er in meegegaan.”

De Hoge Raad willigt herzieningsverzoeken alleen in als er nieuwe feiten aan de orde zijn, maar aan die eis is volgens Knoops ook voldaan. “Er is door forensische experts met behulp van nieuwe methodes dna vanprofessor Plum op de loden pijp aangetroffen.”

Regering gaat Hawk-Eye inzetten bij besluitvorming – Eindelijk elektronische hulpmiddelen bij ministerraad

Het kabinet Rutte gaat na het zomerreces gebruik maken van Hawk-Eye bij de wekelijkse ministerraad in de Trêveszaal. De roep om elektronische hulpmiddelen bij de besluitvorming ging al langer over het Binnenhof. De minister-president mag straks drie keer per ministerraad Hawk-Eye inroepen om te kijken of het genomen besluit wel een juist besluit was.

De ministers wilden na discutabele besluiten over het PGB en de Nationale Politie, en de totstandkoming van het bed, bad, brood-akkoord al eerder elektronische hulpmiddelen inzetten bij de besluitvorming, maar Koning Willem Alexander hield het tot dusver tegen.

Volgens de Koning gaat Hawkeye in de Trêveszaal ten koste van de charme van politieke besluitvorming. ,,Een vol Malieveld met ontevreden burgers die rijmende spandoeken meenemen, een driftige Alexander Pechtold; het is er straks allemaal niet meer bij als de ministerraad alleen maar goede beslissingen neemt’’, aldus de Koning. Na druk van premier Rutte is hij toch overstag gegaan met een pilot van een jaar.

Rutte is blij dat hij na het zomerreces Hawkeye kan inroepen tijdens de ministerraad. ,,Soms denk ik na een agendapunt te hebben afgehamerd wel eens ‘hè verdorie, wat heb ik nou net eigenlijk zitten afhameren?’ Straks kan ik dat rustig terugkijken en een slecht besluit herroepen. Altijd handig als je iemand als Ronald Plasterk in je kabinet hebt zitten.’’

Max Verstappen was in Assen en werd bijna gestoken door een wesp

Een tijdje geleden hield Max Verstappen het TT-circuit een uur in z’n greep. Ik schreef er voor het Daglblad van het Noorden dit sfeerverslag over, met een bijrol voor een tandarts en een wesp. 

Een dik uur Maxmania 

Van Renault Clio’s tot historische toerwagens. Er raceten zondag van ’s ochtends vroeg tot laat in de middag auto’s van allerlei pluimage rond op het TT-circuit tijdens de Gamma Racing Day. Maar het draaide toch vooral om Max Verstappen en zijn Formule 1-bolide. Neerlands jongste sportheld gaf zondagmiddag een demonstratie van zijn ongekende talent. Circus Max hield het TT-circuit een dik uur in z’n greep.

ASSEN Na z’n knappe vierde plaats in de GP van Hongarije viert Max Verstappen een kleine maand vakantie. Pas op 21 augustus stapt het 17-jarige fenomeen opnieuw ‘voor het echie’ in zijn bolide tijdens de Grand Prix in Spa Francorchamps. Maar wie denkt dat hij tussentijds ergens onder een palmboom in een hangmat ligt, heeft het mis. Max wil altijd racen. Afgelopen dinsdag plaatste hij een foto op Instagram van twee enorme plasmaschermen in z’n huis. Op de schermen zagen z’n volgers de cockpit van een virtuele Formule 1-auto, racend op een circuit. Voor de schermen zagen ze een racezitje. Een Playstation deluxe, waar Max in z’n vakantie doet wat hij het liefste doet: sturen.

Het TT-circuit zit vermoedelijk niet in de database van het apparaat. En dus verschijnt Verstappen dit weekend in hoogsteigen persoon in Assen. Gewoon voor de lol een paar rondjes scheuren tijdens de Gamma Racing Day – oké, hij verdient er ook een aardige aanvulling op z’n zakgeld mee.

Dat het snel gaat met de jonge vedette blijkt op zondagmiddag. Z’n populariteit kent geen grenzen. Een dik uur staat alles in het teken van Max Verstappen. De Maxmania vanuit de paddock van het TT-circuit van minuut tot minuut.

12.43 Het is al de hele dag een drukte van belang rond de bus en tent van Scuderia Toro Rosso, het team van Max Verstappen. Onder de tent staat de auto met nummer 33. Het racemonster van Max. Beveilingingsgorilla’s met de welbekende V op de borst slepen er met dranghekken. De mensenmassa bij de tent zwelt aan. Een paar honderd man – vooral kleine jochies, al dan niet bij papa op de nek – verzamelt zich rond de tent. Bijna iedereen een (gratis) blauw Gamma-petje op het hoofd en een telefoon in de aanslag om een foto of filmpje te maken.

12.46 Het laatste hek wordt weggehaald. De wagen Max heeft nu vrij baan om richting het circuit te rollen. Alleen Max is er zelf nog niet. De mensenmassa wordt ongeduldiger. Kinderen leunen over de dranghekken heen. Steeds iets verder. Alles voor een glimp van Max. Iemand heeft vader Jos al wel gezien, denkt hij. Beneden bij de tent staat het inmiddels acht rijen dik; boven, op de looppassage, kunnen de dames die de lunch naar de persruimte willen brengen er niet meer langs. Het is warm en druk, zou André Hazes gezongen hebben.

12.51 Applaus. Daar is hij dan. De man – nou ja, jongen – voor wie iedereen gekomen is: Max Verstappen. Van boven op de looppassage is te zien hoe een iel mannetje z’n helm op zet en rustig plaatsneemt in de Toro Rosso. Iedereen maakt foto’s.

12.57 Verstappen zit al een paar minuten stoïcijns in z’n auto. Er gebeurt niets en iedereen kijkt ernaar. Een man zegt: ,,Ik denk niet dat-ie ‘m hier start.’’ Z’n vriend kijkt ‘m ietwat treurig aan: ,,Ik wil ‘m wel horen lopen!’’

13.00 Beweging. De bandenwarmers lijken eraf te gaan. De mensenmassa veert op, maar het is een schijnbeweging van de chef bandenwarmers. Iedereen is ondertussen bezig een tactiek te verzinnen om zo snel mogelijk weg te komen als Max en z’n bolide naar het circuit rijden.

13.02 Nu is het echt raak. De bandenwarmers gaan eraf en direct erna is er een explosie van geluid te horen. Hij start ‘m hier. En ‘horen lopen’ is nog voorzichtig uitgedrukt: Max laat z’n Toro Rosso brullen als een leeuw die wraak wil nemen op een schietgrage tandarts. Na de geluidsexplosie rolt de auto voorzichtig naar het circuit.

13.03 Iedereen probeert tegen beter weten z’n tactiek uit te voeren om zo snel mogelijk bij het circuit te komen. Het is schuifelen geblazen. Eenmaal bij het circuit heeft Max er al een rondje opzitten. Hij doet ze in 1 minuut en 20 seconden. De orkaan van geluid is oorverwoestend. ,,Dit zijn niet de huidige Formule 1-motoren. Die maken niet zo’n teringherrie’’, weet iemand. Het publiek gaat los als Verstappen bij start/finish een paar donuts draait.

13.16 Na een rondje of wat, en nog een paar donuts, vindt Max het welletjes. Hij stopt vlak voor start/finish, stapt uit, gaat op z’n auto staan en steekt z’n handen in de lucht. Een volgepakte tribune geeft ‘m een staande ovatie.

13.22 Het wachten bij de tent begint weer. Want Max en z’n auto moeten natuurlijk ook weer terug. Het is nog drukker dan een klein uurtje geleden.

13.37 Wachten, wachten, wachten. Een medewerker van Scuderia Toro Rosso die met een brandblusser aan komt lopen, wordt toegejuicht.

13.45 Max komt aanlopen en wordt uiteraard veel luider toegejuicht dan de man met de brandblusser. Hij zwaait bescheiden naar de vele fans en loopt door naar de teambus. Twee minuten later wordt ook z’n auto de tent ingerold.

13.59 Niemand vertrekt bij de tent. Iedereen wil nog een glimp van Verstappen opvangen. Hij zal toch wel uit de bus komen? Ja hoor, daar is-ie!

14.01 Max Verstappen geeft een tv-interview, slaat een aanval van een wesp af, groet z’n fans nog een keer en duikt de bus weer in. Een dik uur Maxmania. De rust keert weer op het TT-circuit, op het geluid van de andere races na dan.

Bouw langste selfiestick ter wereld begonnen – Gemeenteraad Beverwijk keurt aanleg 147 meter hoge megaselfiestick goed

In Beverwijk begint vandaag de bouw van de langste selfiestick ter wereld. Het gevaarte wordt 147 meter hoog en is naar verwachting medio 2016 klaar voor gebruik.

Het idee voor de megaselfiestick ontstond toen een groepje studenten aan de TU Delft na een avondje stappen niet met z’n allen op één selfie paste. “Nog diezelfde nacht zijn we gaan twitteren met de hashtag‪ #‎dieselfiestickkomter‬ en raakte alles in een stroomversnelling”, zegt initiatiefnemer Ralph Hoekels. “De gemeente Beverwijk was enthousiast en toen zijn we de vergunningen gaan regelen. We hadden hem eigenlijk nog wel hoger willen maken, maar dan zou het vliegverkeer rond Schiphol er last van krijgen.”

Niet iedereen was te spreken over het idee voor de megaselfiestick in Beverwijk. Gerrit van Zuilen richtte het actiecomité ‘Megaselfiestick NEE!’ op. “Wij hebben geen zin in radicale egotrippers in ons prachtige Beverwijk. Een paar normale selfiesticks is nog tot daaraantoe, maar zo’n enorm ding is buiten alle proporties. Straks is er voor echte Beverwijkers geen ruimte meer om gewoon eens een selfie te maken.”

De megaselfiestick zorgde voor verhitte discussies onder de Beverwijkse bevolking en in de gemeenteraad. Enkele voorstanders in de raad kregen zelfs dreigselfies toegestuurd via WhatsApp. Maar het voorstel werd goedgekeurd en inmiddels zijn er zelfs al plannen voor de aanleg van een tweede megaselfiestick in Beverwijk. “Veel mensen willen straks waarschijnlijk een selfie maken met de megaselfiestick erbij op. Daarom denken we nu aan de aanleg van nog zo’n grote selfiestick”, verklaart Hoekels.

Walking football: Allemaal grijze Pirlo’s

Een stuk over Walking Football – wandelend voetbal voor heren op leeftijd, waaronder in dit geval Piet Fransen – dat een tijdje geleden in het Dagblad van het Noorden stond. Op de een of andere manier deden ze me aan held Andrea Pirlo denken…

Allemaal grijze Pirlo’s

In de rubriek ‘Schaduwsporten’ ontdekt André van den Ende de wereld die schuil gaat achter sporten die niet bij iedereen even bekend zijn, die in de schaduw staan van veel beoefende sporten. Deze aflevering een speciale editie over het kleine neefje – of eigenlijk de oudere oom – van voetbal: Walking Football.

GRONINGEN Wat hebben zo’n dertig grijze heren van boven de zestig die op een vrijdagmiddag bij GVAV-Rapiditas een balletje trappen gemeen met de Italiaanse Champions League-finalist en voetbalgod Andrea Pirlo? De fluwelen traptechniek? Het  zongebruinde lichaam? De baard?

Niets van dat alles – nou ja, sommige heren op leeftijd hebben een snor, bezoeken vast eens een zonnebank en met die traptechniek is het soms ook best in orde, maar de grootste gemene deler is iets anders. Ze wandelen. Pirlo doet het te midden van zich uit de sloffen rennende superatleten als Paul Pogba en Arturo Vidal. Hij sjokt, raakt nooit een bal kwijt en strooit met prachtige passjes.

De grijze Pirlo’s op Sportpark Kardinge wandelen dus ook. Sommigen willen wel rennen, maar het mag simpelweg niet. Ze doen aan Walking Football. Een uit Engeland overgewaaide vorm van voetbal, waarbij niet gerend mag worden, er geen fysiek contact is toegestaan en er wordt afgefloten als de bal boven heuphoogte komt. Het Nationaal Ouderenfonds, de Eredivisie CV en de Vriendenloterij haalden Walking Football naar Nederland. Onder de vlag van enkele BVO’s wandelvoetballen iedere week honderden zestigplussers in het trainingspak van hun favoriete voetbalclub. En FC Groningen doet dus ook mee.

Onder de naam OldStars hijsen zich iedere week een kleine dertig enthousiastelingen in een groenwit trainingspak van de FC om training te krijgen van Rik Liezenga van Total Soccer Network. ,,En ze zijn soms nog bloedfanatiek. Ze willen nog altijd winnen. Maar de doelstelling van het Nationaal Ouderenfonds is dat ouderen gezonder gaan leven. Uiteraard is ook de gezelligheid een belangrijk onderdeel van zo’n trainingsdag’’, zegt Liezenga voorafgaand aan de training.

Dat blijkt. Eén van de heren loopt het veld op en wijst op het ronde bierbuikje dat onder z’n groene jack schuil gaat. ,,Ik heb de bal al meegenomen’’, grapt hij. En zo wordt er meer gelachen. Jaap Dekker, wandelvoetballer van het eerste uur, moet het ontgelden vanwege z’n felgele voetbalschoenen, maar slaat hard terug naar trainer Liezenga als die bij het uitzetten van een oefening van een briefje moet spieken: ,,Kun je het allemaal niet meer onthouden, trainer?’’ Voetbalhumor verleer je niet. De lachsalvo’s die gedurende de training over het kunstgrasveld schallen zijn niet op één hand te tellen. Het is een gezellige boel.

En dan doet FC Groningen-legende Piet Fransen nog niet eens mee vandaag. Normaal staat Mister FC Groningen tussen de mannen op het veld, maar een fysiek ongemak laat dat nu even niet toe. Hij blijft deze middag langs de lijn staan. Wie er dan nu de beste is, vraag ik aan Fransen. ,,Die is niet echt aan te wijzen’’, antwoordt hij droog.  Hij legt ook uit wat het Walking Football soms zo frustrerend kan maken. ,,Als een bal twee meter bij je vandaan is, kun je je moeilijk inhouden om niet toch te gaan rennen.’’

Het is te zien bij het partijtje dat de heren, verdeeld over twee kleine veldjes, aan het spelen zijn. ,,Hohohoho’’, roept Fransen als iemand zich niet kan bedwingen en een sprintje inzet om een bal binnen te houden. En ook de woorden van Liezenga voorafgaand aan de training worden bewaarheid. Het gaat er fanatiek aan toe. Met name de stemmen van Nanno Kranenborg en Sytze Zijlstra zijn bijna onophoudelijk te horen. ,,Kom op jongens, actie!’’ en ,,Hoppa!’’ als het team van Sytze eindelijk weet te scoren. Maar bovenal zie je ze toch genieten op het veld.

Dat geldt ook voor Gerard Turksema, die er vandaag voor het eerst bij is en bij zijn eigen vereniging VV Niekerk ook wat wil opzetten voor de zestigplussers. Hij heeft al heel lang niet meer gevoetbald en dat is een beetje te zien aan z’n trainingskloffie: een gekreukeld kort broekje met dito shirtje en voetbalschoenen waarbij de wondersloffen van Sjakie fonkelnieuwe kicksen zouden lijken.

Ze hebben ook niet hetzelfde effect als de sloffen van Sjakie. Gerard mist twee dotten van kansen. ,,Eén van die twee ballen had er sowieso in gemoeten’’, zegt Turksema na afloop van de training met de dictie van een profvoetballer die net het kampioenschap verspeeld heeft. Maar er is toch vooral voldoening van z’n gezicht af te lezen. En dan moet de derde helft nog beginnen: net als wijnliefhebber Pirlo drinken de OldStars een lekker glaasje wijn na afloop. Ze hebben het verdiend.

Neefje van 5 blijft zitten vanwege abstract expressionistische tekening

Het neefje van Rianne Huiskes uit Hardenberg mag na de zomervakantie niet over naar groep 2. De vijfjarige Thomas Huiskes leverde een abstract expressionistische tekening in bij juf Anneke en moet nu groep 1 overdoen.

Juf Anneke was hard in haar oordeel over de tekening van Thomas. “Ik schrok me kapot toen hij het naar m’n bureau kwam brengen. Wat een prutswerk! Dit kan m’n 54-jarige oom die kunstenaar is toch ook? Er is geen zon met een gezichtje of harkenarm op die hele tekening te bekennen. Hij heeft zich er met een jantje-van-leiden van afgemaakt. Thomas is duidelijk nog niet toe aan groep 2.”

Rianne Huiskes reageerde des duivels op het bericht dat haar vijfjarige neefje niet naar groep 2 mag vanwege de tekening. “Die juf Anneke snapt gewoon de tweede laag niet. De tekening van Thomas is een zoektocht naar de juiste balans tussen kubistische elementen en surrealistische elementen, in de beste traditie van Jackson Pollock en Willem de Kooning. Hij laat de vlakken als het ware in de eindeloosheid zweven. Het is prachtig!”

Inmiddels hangt de tekening van Thomas in het huis van Joost Zwagerman.

De tekening

neefje van vijf

Man loopt socialmydia op na wisselende twittercontacten

De 54-jarige Huib Modderman heeft socialmydia opgelopen nadat hij er afgelopen week wisselende twittercontacten op nahield. De Abcoudenaar verstuurde onder andere tweets naar Alexander Klöpping, Thierry Baudet en Eelco Bosch van Rosenthal.

In totaal was Modderman goed voor honderden berichten per dag op de microblogservice. Socialmydia is goed te genezen met bijvoorbeeld een bezoek aan de bakker. Het is nog niet duidelijk of Klöpping, Baudet en Bosch van Rosenthal nu ook socialmydia hebben.

Rutte tussen de fanatieke Kamerleden tijdens debat – Premier zingt mee met ‘dualisme, je moeder is een hoer’

Premier Rutte  nam vandaag tijdens een debat over het persoonsgebonden budget plaats tussen de fanatieke Kamerleden van de regeringspartijen. Hij keek vanaf de bankjes van de PvdA en de VVD toe hoe staatssecretaris Martin van Rijn het ervan afbracht. Rutte  kon zelf door een schorsing niet in actie komen in Vak K. “Rutte tussen de fanatieke Kamerleden tijdens debat – Premier zingt mee met ‘dualisme, je moeder is een hoer’” verder lezen

Braveheart in een gymzaaltje

Een stuk over middeleeuwse krijgskunsten dat in het Dagbad van het Noorden gepubliceerd werd – ze sloegen schijnaar pylonnen van gymkasten in de middeleeuwen… 

Braveheart in een gymzaaltje

In de rubriek ‘Schaduwsporten’ ontdekt André van den Ende de wereld die schuil gaat achter sporten die niet bij iedereen even bekend zijn, die in de schaduw staan van veel beoefende sporten als voetbal, hockey en schaatsen. In deze aflevering staat de Noordelijke vechtschool voor middeleeuwse krijgskunsten Mars centraal.

GRONINGEN Het regent en het waait als ik op het Sleedoornpad rechtsaf sla en m’n fiets parkeer bij het Kamerlingh Onnes College. Lente in Nederland. Onder de brandtrap staan twee pubermeisjes. Ze rappen mee met de muziek op de smartphone van één van de meisjes. Niet bepaald een middeleeuws tafereel.

En toch herleven ze een meter of twintig verderop. De brandtrap op, zorgvuldig over de doos met oud-papier heen stappend die de deur op een kier houdt, de gang door, linksaf de kleedkamer door en daar, in het kleine gymzaaltje, doemen de eerste zwaarden op. Ik ben op de vrije training van de vechtschool voor middeleeuwse krijgskunsten Mars. Een mannetje (de uitdrukking; de helft is vrouw) of twintig is bezig met de warming-up. Ze liggen in een kringetje op wat matten en doen oefeningen die je eerder bij een yogaclubje zou verwachten.

Daar krijg je nog niet echt het Braveheart-gevoel van – alhoewel een paar van de mannen wel flinke baarden dragen. Maar dit zijn toch echt middeleeuwse krijgskunsten. Gevechten in de middeleeuwen bestonden niet alleen uit wapengekletter; er werd ook geworsteld. Het is zelfs de basis van de middeleeuwse krijgskunsten.

Na de warming-up gaat ieder z’n eigen weg – het is immers de vrije training. Een groepje blijft achter op de worstelmat, een aantal kiest er bij wijze van oefening voor vervaarlijk met een stalen zwaard in de rondte te zwaaien en twee jongens maken studie van de Italiaanse rapier – het wapen waar later de degen zoals we die nu kennen uit voort is gekomen. En Bart Jongsma is er ook. Hij wil graag sabelvechten met iemand. Alleen gaat er niemand in op zijn aanbod, dat luidkeels door het zaaltje schalt. Maar Jongsma is niet voor één gat te vangen. Hij haalt de grote touwen aan het plafond tevoorschijn en gaat ze te lijf met zijn zwaard (niet met scherpe randen; de touwen moeten heel blijven en iedereen moet blijven leven vanavond).

Na diverse aanvallen op de touwen heeft hij tijd voor een praatje. Enthousiast vertelt Jongsma, die tevens één van de instructeurs van de vereniging is, alle ins en outs van de middeleeuwse krijgskunsten.

Eerst laat hij me het materieel zien. State-of-the-art-spul, want meestal vechten ze niet in een harnas, maar in kleding die een beetje doet denken aan de kledij die schermers dragen, alleen dan wat robuuster. ,,Dat moet ook wel, want die zwaarden kunnen best hard aankomen. Vingerbreuken komen geregeld voor. Qua handschoenen is het een beetje kiezen: of je kiest voor de bescherming of je neemt een wat lichtere handschoen waarmee je je vingers beter kunt bewegen. Ze zijn trouwens bezig met het ontwikkelen een nieuwe handschoen. Volgens de fabrikant wordt het er één die je beschermt tegen een flinke tik op je vingers, maar waar je ook viool mee kunt spelen.’’

Een soort Robocophandschoen dus.

Maar tot het zover is, is iets anders veel belangrijker. ,,De toque. Die is echt onmisbaar. Als we beginners krijgen die hun toque zijn vergeten, dan sturen we ze weer naar huis. Maar verder zijn er weinig eisen om lid te worden hoor. Je hebt mensen die puur voor het toernooivechten bij ons komen, anderen zijn meer recreatief bezig en er is ook nog een groep die meer in de geschiedenis van de krijgskunsten geïnteresseerd is.’’

Ook dat is namelijk een belangrijk aspect van de sport: lezen over de geschiedenis van de middeleeuwse krijgskunsten. Niet uit een handig Nederlands cursusboek, maar uit in het oud-Duits geschreven manuscripten. Als Jongsma vraagt wie van de aanwezigen wel eens zo’n manuscript heeft gelezen gaat een overgroot deel van de handen de lucht in. Daarna storten ze zich weer op hun zwaard of tegenstander.

Jongsma laat me nog meer wapentuig zien. We lopen langs houten dolken en stalen langzwaarden en komen op die manier steeds dichterbij het gedeelte van de zaal waar wordt geworsteld. ,,Het is een mix van geselliges Ringen en Ringen im Ernst. Worstelen als een soort kroeggevecht, wat iedere vijftienjarige jongen in de middeleeuwen als ‘spel’ deed, en het worstelen dat in de strijd werd gebruikt.’’

Het gaat er inderdaad heftig aan toe, zie ik als Jongsma bij me weggaat en zijn heil zoekt bij een oranje pylon, die hij op een gymkast zet en er vervolgens herhaaldelijk af ‘steekt’ met een houten stok. Mars-oprichter Maurice Booij ligt op de grond en houdt na een lang gevecht iemand in de houdgreep. Hij dwingt zijn tegenstander tot afkloppen. Even later komt de oud-winnaar van de officieuze Nederlandse kampioenschappen zwetend naast me zitten en vertelt over het succes van de vereniging. ,,We bestaan nu een kleine drie jaar en hebben 57 leden. En dat zonder echt aan promotie te doen. Dat doen we niet, omdat we eerst voldoende instructeurs willen opleiden om het de mensen te kunnen leren. Je hebt dit niet zomaar onder de knie.’’

Tijdens de uitleg van Booij zie ik links van me dat Bart Jongsma eindelijk een sparringpartner heeft gevonden. Geen touw of een pylon, maar een echt mens. Eind goed, al goed.